Menu

Provocatieve Attributen #10: Potloden en pennen

Hoe nutteloos je je ook voelt,
er is altijd wel iemand die om je lacht.'


“Bloedbaard klemde zijn lange mes tussen zijn rottende tanden waardoor een donkere grijns op zijn getekende gezicht tevoorschijn kwam. Hij pakte het entertouw en zwierde luid lachend over de gapende zee naar het rijk beladen vijandige schip.”


Dit stuk over provocatieve attributen gaat niet over piraten of messen maar over potloden. Ik zet die potloden overigens wel in als wapens, wapens tegen onzekerheid of neerslachtigheid.


In 1988 beschreef de Duitse psycholoog Fritz Strack het ‘glimlach-effect’. Door een potlood tussen je tanden te klemmen krijg je een kunstmatige glimlach op je gezicht. Door deze glimlach zouden allerlei vrijkomende stofjes in je brein ervoor zorgen dat je stemming vrolijker wordt. Deze theorie werd helaas in 2016 door nieuw onderzoek weer onderuit gehaald.


Jammer dus, een potlood tussen je tanden verandert niets aan je stemming. Maar is dat wel zo? Als provocatief coach maak ik gebruik van de drie pijlers: warmte, humor en uitdaging, maar ik voel me ook vrij om dingen te doen waarmee ik mijn cliënt in verwarring kan brengen, ook al is de methode dan misschien niet helemaal wetenschappelijk verantwoord.


“Iedereen zei dat het onmogelijk was, tot er iemand langs kwam die dat niet wist”.


Ik ga er gewoon wél vanuit dat een potlood tussen je tanden je stemming verandert. Het bewijs is weerlegd, nou, dan gebruik ik het gewoon als placebo. Aan de cliënt vertellen dat het wel werkt, maar erbij vertellen dat het officieel niet hoort te werken maakt het alleen maar leuker. Of gewoon niet vertellen dat het niet werkt.


In mijn coachwerk maak ik graag gebruik van de ‘Triade van Verandering’ die Anthony Robbins gebruikt. Robbins gaat er van uit dat, als je je ‘Staat van Zijn’ wilt veranderen, je je taal, focus of lichaamshouding moet veranderen. Verander je er één dan verandert de rest mee. Met mijn potloden zet ik in op een veranderend lichaam.


Sombere of onzekere mensen geef ik daarom wel eens een potlood met het advies dat potlood tussen hun tanden te klemmen in situaties waarin ze zich niet goed voelen en behoefte hebben aan een vrolijkere stemming. Het is goed en makkelijk te gebruiken op je werkplek. Je doet net of je hard aan het werk bent en dan doe je je potlood of pen even tussen de tanden en je stemming verandert. Als je dan ook nog zachtjes gaat knikken met je hoofd zal het lijken of je net een briljante ingeving hebt gehad.


‘Soms moet ik zo hard lachen dat de tranen langs m’n benen lopen.’


Al is dan nu bewezen dat de uitkomst van het experiment niet klopt, lachen blijft gezond. Mijn cliënten moeten toch oprecht lachen als ik een potlood tussen mijn tanden doe en ik ze slecht verstaanbaar uitnodig om dat ook te doen. We zetten dan ons gesprek voort met ieder een potlood tussen de tanden.

- So, duf jjj heft er last fan daf ju faak nies so frolik pfent

- ……

-  Tof? Datf sei ju nets tof?

- (lacht ongemakkelijk) Dis is heew raaw. (lacht verder, al iets minder ongemakkelijk)


Door de verandering van  lichaamshouding verandert de stemming van de cliënt én van mij. Het ziet er sowieso nogal idioot uit als twee volwassenen met een potlood tussen hun tanden met elkaar zitten te praten. Ik heb mijn potloden eens mogen testen tijdens de provocatieve opleiding van het IEP. Toegegeven, de stemming is daar altijd al goed, maar een hele groep met een potlood tussen de tanden zorgde voor een nóg vrolijkere stemming.


‘Op de mooiste dag van hun leven moest de fotograaf tegen hen zeggen: ‘Even lachen alsjeblieft.’


Voor mij zijn de potloden een middel om provocatief te werken. Met de potloden kan ik een schijnbaar irrelevant zijpad bewandelen (Farrelly-factor 19). Ter introductie van het potlood kan ik het Bloedbaard-verhaal dramatisch uitspelen (Ff 24-dramatiseer uw verhaal), ik kan een zwart-wit keuze geven (Ff-25), ‘Het is of het potlood tussen je tanden of voor altijd verdrietig zijn’ (en ik kan klagen als mijn advies weer eens niet gebruikt wordt, vanaf nu geef ik echt geen adviezen meer), ik kan gekker doen dan de cliënt (Ff-49), ik geef een absurde oplossing (Ff-34) en ik kan strooien met mooie spreuken en slogans. En dat alles dankzij een simpel potlood.


Het potlood mogen de cliënten na de sessie mee naar huis of het werk nemen en is zo verworden tot een anker voor een beter gevoel. En door dat anker zijn we weer terug bij Bloedbaard.


“KAP HET ANKERTOUW!” schreeuwde Bloedbaard. Het leeggeroofde, brandende schip dreef langzaam af, op weg naar de verte, en de onvermijdelijke diepte van de oceaan. Bloedbaard beet met de weinige goede tanden die hij nog had op elke gouden munt die hij buit had gemaakt. Ze waren van puur goud, en bij elke grijnzende beet voelde hij een golf van puur geluk door zijn lijf sidderen.”



About the Author Willem Beekhuizen

Willem is leraar aardrijkskunde en geschiedenis, popzanger en provocatief coach level II (en dat is best hoog). Zijn coachingspraktijk in Nijmegen heet 'ContraCoaching'.

follow me on:

Leave a Comment: