Menu

Neuro-Linguïstisch Filosoferen

In de roman Een liefde van Swann vraagt de hoofdpersoon aan het einde van het boek zich in vertwijfeling af hoe het mogelijk is dat hij een groot deel van zijn leven achter een vrouw heeft aangezeten die “eigenlijk niet eens zijn type is”. Kennelijk is het mogelijk dat mensen zichzelf zo slecht kennen dat ze doelen en verlangens najagen, die helemaal niet bij ze passen, laat staan ze gelukkig maken. Dat feit brengt ons bij de vraag ‘weet ik wel wat ik wil’ en  ‘weet ik wel wie ik ben?’.

Bijna alle filosofen hebben een boodschap met betrekking tot de vraag ‘wie wij zijn en wat we moeten doen’. Zo pleit Peter Sloterdijk in zijn boek Je moet je leven veranderen voor ascese en oefening; oefentechnieken om ‘in vorm te raken’ voor grote opdrachten in het leven (zoals het vinden van de juiste partner of baan).  Maar ondanks dit soort oproepen leveren filosofen er zelden of nooit praktische oefeningen bij. De neuro-bioloog Antonio Damasio analyseert haarscherp het ontstaan van bewustzijn en van het zelf. Hij betoogt dat ‘nee zeggen’ tegen handelingen die gestuurd worden door lust of begeerte een langdurige training vereist, maar over de training zelf geen woord.

Daar waar filosofen stoppen, begint NLP. Het NLP-gedachtegoed kiest als vertrekpunt de subjectiviteit van de ervaring en de meervoudig te duiden werkelijkheid. En de NLP-praktijk vertaalt dit uitgangspunt in oefeningen die daadwerkelijk een verandering van perceptie en van het zelfbeeld mogelijk maken.

Binnen de toegepaste filosofie vertalen we filosofische inzichten in levenslessen en oefenen we de toepassing daarvan met behulp van NLP-technieken. Zo leggen we een vruchtbare verbinding tussen het gedachtegoed van filosofen en de praktijk van NLP.

Worden wie je bent
Worden wie je bent: hoe doe je dat? Hoe vind je jouw identiteit? Of maak je die? Hoe ontplooi je jouw talenten en hoe benut je jouw unieke vermogens? Vragen die op de een of ander manier raken aan de kernvraag: wat voor iemand wil ik zijn? In onze posttraditionele samenleving heeft de mens zich bevrijd van onderdrukkende religies, ideologieën en tradities. De grote verhalen uit het verleden lieten weinig ruimte voor een eigen antwoord. Vandaag de dag voelen we ons vrij en hebben we veel te kiezen. Een gelukkig leven komt binnen handbereik. Dit alles heeft nieuwe vragen opgeroepen:  wat wil ik eigenlijk? Wat is een gelukkig leven en wanneer is mijn leven geslaagd?

Al meer dan 3000 jaar denken filosofen na over de vraag ‘wat is de mens’? Is de mens een met rede begiftigd dier? Zijn wij erfelijk gedetermineerd of hebben we een vrije wil? Laten we  ons leiden door morele principes of maken we onze eigen wetten en bepalen we zelf wel wat goed en verkeerd is? De vraag naar het wezen van de mens is een filosofische vraag, zij het dat filosofen heel verschillende antwoorden geven. Aristoteles zoekt het eigene van de mens in zijn doelgerichtheid en de vervolmaking in het praktiseren van de deugden: je moet streven naar rechtvaardigheid en gematigdheid.

Voor Jean Paul Sartre is de existentie (waar en hoe en met wie je leeft) bepalend voor de essentie (je ware zijn). En Charles Taylor beschrijft het wezen van de mens in het afhankelijke zijn  van anderen.

Kaarten
Hoe vind je nu je ware zelf? Waar ligt jouw bestemming? Om daar achter te komen moet je weten hoe je lichaam werkt, hoe bewustzijn en een zelf in je hersenen ontstaan. Hoe je zintuigelijke indrukken verwerkt, bewerkt en tot kennis maakt. Hoe je kennis omzet in denkbeelden en meningen, bijvoorbeeld over de wereld om je heen. Hoe je met behulp van taal kaarten en beelden maakt van die wereld. Zo leer je dat zo’n (wereld)model je helpt bij het navigeren door die werkelijkheid, maar je leert ook dat een kaart altijd een ‘vertaling’  (en daarmee een reductie) is van die werkelijkheid.

Er zijn heel wat vertaalslagen nodig om van de ruwe zintuiglijke indrukken te komen tot een hanteerbaar wereldmodel. Om die reden heeft ieder wereldmodel zijn eigen mogelijkheden, maar ook zijn eigen beperkingen. Regelmatig verwarren mensen hun kaart en model met de werkelijkheid; dat leidt dan tot onwrikbare standpunten en absolute overtuigingen. Vandaar de waarschuwing de kaart is niet het gebied.  Het gesprek over de zin en betekenis van het leven wordt daarmee een gesprek tussen cartografen (welke betekenis geven wij de werkelijkheid) in plaats van een gesprek over de vraag hoe ziet de werkelijkheid er nu precies uit.

Twee kenwijzen
Ons bewustzijn lijkt de wereld om ons heen op twee manieren te kunnen waarnemen. Er is een manier van waarnemen waarbij we ons bewust blijven van het feit dat we onderdeel zijn van die waargenomen wereld. Dat is de subjectieve wereld. En er is een waarnemen die de wereld vanaf enige afstand probeert te bekijken. Dat is de objectieve wereld. En heel vaak zien we dat het subjectieve wereldbeeld botst met het objectieve wereld beeld. De subjectieve manier van kijken stelt ons in staat de schoonheid, de complexiteit, maar ook de zin van de wereld te ontdekken, terwijl de objectieve aanpak tot nuttige en bruikbare kennis over die wereld leidt. In de objectieve aanpak ervaart de mens zichzelf naast, apart, als afgescheiden van de wereld. De filosoof André Klukhuhn noemt dit een soort ‘optische misvatting’ veroorzaakt door het bewustzijn. Deze misvatting heeft het karakter van een gevangenis en het is onze taak om ons uit die gevangenis te bevrijden door onze blikveld te vergroten. In feite pleit hij er voor om onze ‘kaart’ van de wereld met anderen te delen, samen in te kleuren of te laten bijstellen. Filosofie bedrijven is in feite je mind-map oprekken; al denkend en pratend en zoekend breid je je map (filosofen spreken van een conceptuele schema)  steeds verder uit. Het mag dan zo zijn dat je bewustzijn de wereld opdeelt in een deel dat we objectief bekijken en in een deel waarvan we deel uit maken  – het deel dat we zijn – geen van beide kenwijzen kan leiden tot de volledige waarheid over de wereld. Dat besef leidt tot een fundamentele twijfel over eigen opvattingen, standpunten en overtuigingen. Daarom is het zo belangrijk dat jongeren (en niet alleen zij) met filosofie in aanraking komen. Filosofie bedrijven is het beste medicijn tegen radicalisme .

Filosofische lenigheid
Filosofieonderwijs leert ons dat zelfs de meeste stellige overtuigingen gebaseerd zijn op subjectieve ervaringen. Ervaringen die kleur krijgen dankzij vooraf ingenomen standpunten en aannames. En de filosofie leert ons ook dat dit leerproces niet anders kan verlopen. Wat we zien, hangt af van de bril die we op zetten: een roze bril, een wetenschappelijke bril, een spirituele bril. Mensen zien de wereld noodzakelijk vanuit een perspectief. Je moet ergens staan. Vanaf een bergtop zie je de wereld in miniatuur: dorpen, rivieren, bossen en huizen van speelgoedformaat. Maar hoe boeiend zo’n vergezicht ook is, er ontgaat je ook heel wat. Je ziet niet de bloemen in de wei en de insecten tussen het gras. Een perspectief is een standpunt. Als je ergens in gelooft of ergens iets van vindt, neem je een standpunt in. Je gaat a.h.w. ergens staan. Dat betekent dat je nooit neutraal en objectief naar de wereld kijkt., maar altijd vanuit bepaalde overtuigingen. Anders gezegd: een perspectief bestaat uit een serie vooronderstellingen. En filosoferen is het expliciteren van vooronderstellingen.

Authenticiteitsideaal
Veel filosofen zijn van mening dat het vermijden van beperkende overtuigingen  en het verruimen van je conceptuele schema of wereldbeeld bijdraagt aan het vinden van je ‘ware ik’. Met name grote filosofen als Nietzsche en Taylor hebben hier over geschreven. Friedrich Nietzsche verwoordt dit met een opdracht: Hoe men wordt wat men is. De ogenschijnlijke paradoxale aansporing  – hoe kun je worden wat je al bent  – verwijst naar de praktijk van het filosofie bedrijven: we moeten aan ons zelf werken om ons te vervolmaken. We moeten onszelf herscheppen als de kunstenaars van ons eigen leven. Zelfontdekking en zelfoverwinning is voor Nietzsche gerelateerd aan persoonlijke kracht. Hij verwijst daarmee naar gezonde, levensbevestigende waarden als creativiteit, excellentie, spontaniteit en zelfbewustheid.

Ook Charles Taylor ziet de mens als een zichzelf ontplooiend en uitdrukkend wezen. Hij typeert de huidige tijd als het tijdperk van het expressivisme: mensen zijn meer dan ooit op zoek naar wie ze ‘eigenlijk’ zijn en voelen een opdracht zich optimaal te ontplooien. Bij Talyor is dit niet alleen een proces van constructie, maar ook van ontdekking

In zijn boek De malaise van de Moderniteit levert Taylor kritiek op het hedendaagse individualisme, met een ‘ik’ dat soeverein en in strijd met anderen, zijn identiteit zou kiezen. Voor Taylor vooronderstellen  waarden als individualiteit en authenticiteit juist een morele invloed van de samenleving. Achter een begrip als zelfverwerkelijking schuilt een zedelijke kracht. Taylor gaat de strijd aan met morele slapte en genotzucht. Het gaat er niet slechts om dat mensen vanwege hun carrière of succes hun liefdesrelaties opofferen of de zorg voor hun kinderen. Dat is van alle tijden. Waar het om gaat is dat veel mensen tegenwoordig menen dat zij dit behoren te doen, dat hun leven anders op de een op andere manier mislukt of onaf zou zijn. Om die zelfzuchtigheid en oppervlakkigheid tegen te gaan pleit Taylor voor de morele kracht van het authenticiteitsideaal. Daarom is zijn werk zo van betekenis voor deze tijd; immers de huidige mens wordt dikker en platter, aldus journalist Hofland, en wordt beheerst door de ideologie van het consumentisme. De nieuwe mens van Hofland is grof en dik. Hij of zij wordt vaak etend, drinkend, en luidt pratend op straat aangetroffen met als wezenskenmerk een oeverloze begeerte naar alles wat ‘leuk’ en ‘lekker’ is.  Taylor zet daar tegenover dat trouw zijn aan mijzelf betekent trouw zijn aan mijn eigen originaliteit, en dat is iets wat ik zelf onder woorden moet brengen. Door het onder woorden brengen, definieer ik mijzelf. Dat is de achtergrond van het moderne ideaal van authenticiteit en de doelen van zelfontplooiing. Dat is wat inhoud geeft aan het idee van ‘je eigen weg gaan’ of ‘je eigen bestemming vinden’.

Daarin ligt ook de meerwaarde van de samenwerking tussen filosofie en NLP. Wat de filosofie de gangbare NLP-praktijk verwijt, is dat er voor een moreel imperatief (Je moet je leven veranderen) geen plek is.  Bij oefeningen is het enige criterium ‘waar wil de klant aan werken?’. In oefeningen met (bijvoorbeeld) de logische niveaus worden ingebrachte doelen weliswaar ‘afgepeld’ tot op het niveau van gedrag en omgeving, maar de boodschap blijft ‘het maakt niet uit wat je kiest, als je maar (overtuigend) kiest’.

En daar precies raakt de kritiek van filosofen als Taylor en Sloterdijk de NLP-praktijk. Het maakt wel degelijk uit wat je kiest. En die boodschap mag je als coach hardhandig brengen. Sloterdijk verwoordt het zo “ Laat je verknochtheid aan geriefelijke levenswijzen varen, volhardt niet in je gebruikelijke laksheid en denk niet te snel dat je, zoals je nu bent, best wel in orde bent. Grijp de gelegenheid aan om met een god te trainen”.

Hoe neuro-linguïstisch filosoferen deze boodschap vertaalt in oefeningen is iets voor een 2e aflevering.

Sjoerd Slagter
www.nlfilosoferen.nl

 

About the Author Sjoerd Slagter

Docent, coach en adviseur. --- In zijn filosofie-colleges staat centraal de cultuur-analyse van de huidige tijd; filosofen hebben ons veel te zeggen over wijze waarop wij betekenis geven aan leven en werk. En zo’n analyse leidt tot een nieuwe kijk op organiseren en leidinggeven. Belangrijkste boodschap: deze tijd vraagt om normatieve professionals. --- In de cursussen en advisering ligt de nadruk dan ook op persoonsvorming. Bijna alle grote filosofen hebben een boodschap met betrekking tot de vraag wie wij zijn en wat we moeten doen. Binnen de toegepaste filosofie vertalen we filosofische inzichten in levenslessen en oefenen we de toepassing daarvan in de dagelijks praktijk. --- Uit reacties van studenten, bestuurders en cursisten blijkt dat er behoefte is aan een nieuwe taal: een taal om opnieuw zin en betekenis te geven aan werk en leven

Leave a Comment: