Het metamodel, wat is het?
Text

Sterker met taal - Naar helderheid, diepgang en kracht

23 Lessons None

About this course

Voordat we de cursus afsluiten, komt hier nog eerst de finale. In de quiz krijg je weer de bekende foto’s met antwoordalternatieven voorgeschoteld. Alleen gaat de quiz deze keer over  alle  metamodelpatronen en alle metamodelvragen.

Om aan te geven wat de spreker non-verbaal benadrukt, heb ik bepaalde woorden in HOOFDLETTERS geschreven.

Veel succes!

Learn more

Course Structure

Op jacht naar taalpatronen

Deze eerste les gaat over de uitgangspunten, de opbouw en de geschiedenis van het taalgedeelte van NLP, het metamodel. Dit is een algemene oriëntatie: wat is het, waar komt het vandaan, wat kun je er mee en wat mag je er van verwachten?

Het wereldmodel

Deze les gaat over het wereldmodel, onze 'bubble'. Vanuit de waarneming (via onze zintuigen) bouwen we een wereldmodel op. Vervolgens bepaalt dat wereldmodel weer wat we (wel en niet) waarnemen. Een zelf-versterkend stelsel van overtuigingen.

Hoe wij ons wereldmodel opbouwen

Hoe bouwen wij ons wereldmodel op? E hoe houden we het in stand? Ik bespreek de drie universele modelleringsprincipes: generalisatie, deletie en vervorming. En we kijken naar Alfred Korzybski, die in de jaren 30 van de vorige eeuw al een neuro-linguïstisch model formuleerde.

Het Mini-Metamodel

Er zijn twee versies van het metamodel: het mini-metamodel en het volledige metamodel. Het mini-metamodel omvat slechts 4 vragen. In deze les geef ik je een overzicht van het mini-metamodel, zodat je begrijpt wat die vragen zijn, wanneer je ze stelt en waarom.

Mini-Metamodel: Vragen

In deze les brengen we in praktijk wat je in de vorige les hebt geleerd. Je ziet een aantal uitspraken en jij kiest de juiste metamodelvragen.

MiniMetamodel: Verkeersregels

De meeste zinnen die mensen uitspreken bevatten meerdere metamodelpatronen. Welke kies je dan? Er zijn drie manieren om te bedenken welke metamodelvraag je het eerst stelt: 1. Relevantie voor je doel, 2. Wat er non-verbaal uit springt en 3. De inhoudelijke 'verkeersregels' van Grinder. In deze les oefenen we de verkeersregels.

Praktijkoefening: We gaan live met deel 1!

In deze les gaan we helemaal de praktijk in. Je gaat 'live' met het minimetamodel! Gedurende drie hele dagen richt je je aandacht telkens op een andere set metamodelvragen. Dag 1 = Moeten en niet kunnen. Dag 2 = Vage zelfstandig naamwoorden. Dag 3 = Vage werkwoorden. In de quiz noteer je je beste ervaringen.

Praktijkoefening: Deel 1 free style

Dit is de tweede live praktijkles. In deze les ga je je kennis weer in praktijk brengen. In de vorige oefening deed je dat ook al, maar toen ging het nog om losse onderdelen. Nu gaan we 'free style' werken en alle mini-metamodelvragen met elkaar combineren.

Halve vergelijking

We kijken nu naar de halve vergelijking. Als iemand zegt dat iets beter of slechter is, groter of kleiner, harder of zachter, authentieker of valser, dan gebruikt hij een vergelijking. Maar vaak geeft hij in zijn uitspraak alleen de ene helft van de vergelijking. Jij voelt aan dat er ook en andere helft is: er iets <em>waarmee</em> hij het vergelijkt.

Weglating

Dit is het metamodel in zijn meest pure vorm: je hoort een weglating en je vraagt naar wat er wordt weggelaten. Alleen is dit patroon minder gemakkelijk in een formule te vatten. Er kan van alles worden weggelaten, en daardoor kan de vraag ook steeds anders zijn: 'Waarover?', 'Waarmee?', 'Aan wie?' 'Waarop?', 'Voor wat?', enzovoort.

Nominalisatie

Nu gaan we kijken naar nominalisatie. Iemand maakt een zelfstandig naamwoord van een werkwoord. Bijvoorbeeld in plaats van te zeggen 'Ik praat met Jan' zegt hij: 'Het gesprek met Jan vindt plaats.' Van een proces wordt een ding gemaakt. Nominalisatie geeft een suggestie van onveranderlijkheid. Die doorbreken we met een metamodelvraag.

Alles-of-niets

In deze les gaan verder met alles-of-niets. Dit is een van de gemakkelijkste metamodelpatronen en tegelijkertijd een van de krachtigste. De spreker geeft een grens van zijn wereldmodel aan met een absolute term. Met de juiste vraag help je hem vaak om die grens te relativeren.

Praktijkoefening: Moeten en niet kunnen

In deze les gaan we de praktijk in. Eerst kijk je nog eens goed naar de varianten van 'moeten' en 'niet kunnen', en naar de varianten van de bijbehorende metamodelvragen. En dan verzamel je in je eigen dagelijks leven een paar mooie voorbeelden.

Deel 2: de vragen

We hebben u weer vier metamodelpatronen een voor een behandeld. In deze les leer je om de juiste vraag - juist vanuit het metamodel beschouwd - te stellen bij het juiste patroon.

Praktijkoefening: Live met deel 2

In deze les gaan we weer de praktijk in. Je gaat 'live' met de tweede helft van het metamodel. Gedurende twee dagen focus je telkens een dagdeel op een bepaald metamodelpatroon.

Praktijkoefening: Deel 2 free style

In deze les ga je je kennis van deel twee van het metamodel in praktijk brengen. In de vorige oefening deed je dat ook al, maar toen ging het nog om losse onderdelen. Nu gaan we free style werken en weglatingen, halve vergelijkingen, alles-of-niets uitspraken en nominalisaties met elkaar combineren.

Oorzaak-gevolg

In deze les kijken we naar oorzaak-gevolg uitspraken. De spreker zegt dat B wordt veroorzaakt door B. Maar ligt het wel zo eenduidig? Zijn er niet ook nog andere oorzaken? Dit is de eerste van drie semantische patronen die we gaan behandelen: oorzaak-gevolg, gedachtenlezen en eeuwige waarheid.

Gedachtenlezen

Vaak beweren mensen dat ze weten wat iemand anders denkt of voelt. Soms hebben ze daar gelijk in, maar vaak ook niet. In NLP wordt dit patroon 'gedachtenlezen' genoemd. Uit bepaalde observaties trekt iemand een conclusie over wat er in de ander omgaat. Het metamodel vraagt dan in wezen: Hoe weet je dat?

Eeuwige waarheid

Dit is de laatste les over deel 3 van het metamodel. Het gaat deze keer over 'eeuwige waarheden'; meningen die als feiten worden gepresenteerd. Na deze les heb je alle taalpatronen van het metamodel gehad. Hierna volgen nog enkele toepassingslessen en dan ben je helemaal klaar!

Praktijkoefening: Live met deel 3

In deze les gaan we weer de praktijk in. Je gaat 'live' met de tweede helft van het metamodel. Gedurende twee dagen focus je telkens een dagdeel op een bepaald metamodelpatroon.

Praktijkoefening: Deel 3 free style

In deze les ga je je kennis van deel drie van het metamodel in praktijk brengen. In de vorige oefening deed je dat ook al, maar toen ging het nog om losse onderdelen. Nu gaan we free style werken en oorzaak-gevolg, gedachtenlezen en eeuwige waarheden met elkaar combineren.

Evaluatie

Dit laatste onderdeel is geen les, maar een korte evaluatie. En daarmee ben je dan helemaal klaar met de cursus!

De finale

Voordat we de cursus afsluiten, komt hier nog eerst een soort finale. In de quiz krijg je weer de bekende foto's met antwoordalternatieven voorgeschoteld. Alleen gaat de quiz deze keer over alle metamodelpatronen en alle metamodelvragen.

Powered by Thrive Apprentice
Pen