Het metamodel, wat is het?
Text

Praktijkoefening: Moeten en niet kunnen

Lesson 13

In deze les ga je op zoek naar ‘moeten’ en ‘niet kunnen’ in je dagelijks leven. Dit is je eerste praktijkles, later zullen we nog meer praktijklessen gaan doen. Je weet nu dat ‘moeten’ en ‘niet kunnen’ op de eerste plaats staan in het mini-metamodel. Nu ga je een dag lang letten op deze twee patronen. Waar kom je die woorden tegen in de praktijk? Wie zegt ze wanneer en wat gebeurt er als je de bijbehorende metamodelvragen stelt?


Vroeger als kind spaarde ik postzegels. Mijn familie gaf me brieven, en daar stoomde ik dan met een fluitketel de postzegels van af. Die plakte ik trots in een album. Op soortgelijke manier ga jij nu drie mooie gave exemplaren van ‘moeten’ en ‘niet kunnen’ verzamelen uit jouw dagelijks leven. Ik hoop dat je er even veel genoegen aan beleeft als ik vroeger aan die postzegels!

Varianten van moeten

De taalkundige term voor ‘moeten’ is modale operator van noodzakelijkheid. In feite is dit niet alleen het woord ‘moeten’, maar ook ieder ander woord dat aangeeft dat iets noodzakelijk is. Taalkundig gezien zijn dit hulpwerkwoorden, d.w.z. ze worden gevolgd door een ander werkwoord: in moet rennen, ik moet lachen, ik moet nadenken, etc. Hier is een lijstje:


  • ik moet …
  • het is nodig dat ik …
  • het is noodzakelijk dat ik …
  • ik ben gedwongen om …
  • ik ben genoodzaakt om …
  • ik hoor te …
  • ik dien te …
  • het is vereist dat ik …
  • ze verwachten van mij dat ik …
  • het is een gegeven van mijn functie dat ik …
  • het is mijn taak om….


En elke keer is de metamodelvraag in wezen dezelfde: ‘Wat gebeurt er als je het niet doet?’
Ook al zijn er ook op de vraag varianten mogelijk:


  • Wat gebeurt er als je het niet doet?
  • Wat gaat er mis als je het niet doet?
  • Wat is het probleem als je het niet doet?
  • Wat zijn de gevolgen als je het niet doet?
  • Wat zijn de consequenties als je het niet doet?

Varianten van niet kunnen

De taalkundige term voor ‘niet kunnen’ is modale operator van mogelijkheid. Voor die modale operator (het is mogelijk) staat dan ‘niet’. Dus dan krijg je eigenlijk een modale operaor van onmogelijkheid, alleen bestaat die term niet in de taalkunde. Ook hier gaat het, net als bij ‘moeten’, niet alleen de woorden ‘niet kunnen’, maar ook ieder andere zinsnede die aangeeft dat iets onmogelijk is. Bijvoorbeeld:


  • ik kan niet …
  • het is onmogelijk (voor mij) om …
  • ik word verhinderd om …
  • ik word tegengehouden om …
  • ik hoor niet …
  • ik mag niet …
  • het is niet haalbaar (voor mij) om …
  • het is niet reëel (voor mij) om ….
  • je kunt niet zomaar …
  • ik word beperkt in mijn …


En elke keer is ook hier de metamodelvraag in wezen steeds dezelfde: ‘Wat houdt je tegen om…?’ Ook op deze vraag zijn uiteraard weer varianten mogelijk:


  • Wat houdt jou tegen om …
  • Wat weerhoudt je om …
  • Welke hindernis kom je tegen als …
  • Wat zorgt er voor dat jij niet …
  • Wat let jou om …

De praktijkles

De praktijkles is simpel:


  • Kies een dag
    Een dag lang richt je je aandacht in allerlei gesprekken op ‘moeten’ en niet kunnen’.
    Het doet er niet toe of het om gesprekken op het werk gaat of om privégesprekken.
  • Stel de vragen
    Je let op ‘moeten’ en op ‘niet kunnen’.
    Zo vaak mogelijk stel je de bijbehorende metamodelvraag. “Wat gebeurt er als je wel …’ of ‘Wat houdt je tegen om …’
  • Onthoud de uitblinkers
    Zo verzamel je drie mooie voorbeelden van ‘moeten’ uit jouw eigen omgeving en drie mooie voorbeelden van ‘niet kunnen’.
  • Vul de quiz in
    Noteer je ervaringen in de quiz.


Let op: Stel de vragen op vriendelijke toon!

Overigens: een hele goede plek om op ‘moeten’ en ‘niet kunnen’ te reageren is in je eigen gedachten. Zodra je jezelf ‘moeten’ of ‘niet kunnen’ hoort denken, stel dan – zeker op deze praktijkdag – meteen de bijbehorende metamodelvraag!

Praktijkopdracht

  • Download het logboek.
         Voor Windows: klik hier
         Voor Mac: klik hier
  • Beschrijf je ervaringen in het logboek.
  • Save het om later nog eens naar te kijken.
    Je hebt – aan het eind van de cursus – een ingevuld logboek nodig voor het MetaModel certificaat.
  • Ga naar de quiz en geef aan dat je door wilt naar de volgende les.
Powered by Thrive Apprentice
Pen