Het metamodel, wat is het?
Text

Hoe wij ons wereldmodel opbouwen

Lesson 3

In de vorige les zagen we dat mensen een eigen wereldmodel hebben. De vraag waar het in deze les om gaat is: hoe doen we dat, een wereldmodel scheppen? Hoe vertalen we die stortvloed van zintuiglijke indrukken in een overzichtelijk, samenhangend geheel?


Er zijn drie principes waarmee we ons wereldmodel opbouwen en in stand houden. Dit worden de ‘universele modelleringsprincipes‘ (principes voor het scheppen van modellen) genoemd:

1. Generalisatie (Veralgemenisering)

2. Deletie (Weglating)

3. Vervorming

Deze processen helpen ons om informatie te beheersen. Er komt een stortvloed aan beelden, geluiden, gevoelens, geuren en smaken bij ons binnen. Op basis daarvan vormen we generalisaties. Die generalisaties houden we in stand met behulp van de modelleringsprincipes. We zien niet wat niet bij onze generalisaties past (weglating). Of we zien de afwijkingen wel, maar we veranderen ze zo dat ze toch weer in ons wereldbeeld passen (vervorming).


De blauwe appel
Stel iemand eet honderd keer een appel en ieder keer is die appel ofwel rood, ofwel geel ofwel groen. Of een combinatie daarvan. Generalisatie: ‘Appels zijn rood, geel of groen’. Nu ziet hij een blauwe appel. Wat doet hij met die observatie? Appels horen niet blauw te zijn.

Hij kan die blauwe appel weglaten, d.w.z. dat hij hem gewoon niet ziet. Dan klopt zijn wereldmodel weer. Hij ziet de blauwe appel over het hoofd, omdat hij hem niet verwacht. Later denkt hij misschien: 'Zag ik nou daarnet een blauwe appel?' Maar dan is hij alweer net iets anders bezig.

Of hij kan zijn observatie zintuiglijk vervormen. Dan ziet hij wel dat de appel blauw is, maar ziet hij bijvoorbeeld ook een rode gloed achter het blauw. Of hij ziet het als heel groenig blauw.

Hij kan die appel trouwens ook psychologisch vervormen, door bijvoorbeeld te denken: ‘Dit kan nooit een echte appel zijn’ of ‘Iemand heeft deze appel blauw geverfd’. En zo heeft die appel dan toch weer de juiste kleur, ook al zie je dat niet.

Het voorbeeld van de appel gaat misschien een beetje mank. Maar gebruik dezelfde redenatie eens voor psychologische generalisaties zoals ‘Mensen streven naar het goede’, of ‘Organisaties hebben visie nodig’ of ‘Limburgers zijn gezellige mensen’. Dan kun je je veel gemakkelijker voorstellen hoe iemand waarnemingen weglaat of vervormt om zo’n idee in stand te houden.


Tunnelvisie
We kennen dit ook van politie-agenten die een verdachte verhoren. Soms worden ze beschuldigd van ‘tunnelvisie‘: als ze er eenmaal van overtuigd zijn dat de verdachte schuldig is, dan zien ze ontlastend bewijs over het hoofd en interpreteren ze neutrale gegevens als belastend bewijs. Soms gaan ze dan zo hard op de verdachte leunen, dat hij nog bekent ook…

Of denk aan de social media. Je zit in je eigen 'bubble'. Dat geldt overigens niet alleen voor de social media, maar voor alle media. Als je veel doorwrochte boeken en kwaliteitskranten leest heb je misschien een veelzijdige, genuanceerde, wetenschappelijk onderbouwde bubble, maar je zit nog altijd in een bubble. Ook daar speelt generalisatie (principes waar je van uitgaat, overtuigingen die in jouw bubble gelden). Ook daar speelt deletie (dat stomme onwetenschappelijk boek van die charlatan zeker niet gaan lezen). Ook daar speelt vervorming (als onderzoek aantoont dat jouw beeld niet klopt, dan zal het wel slecht onderzoek zijn).

Generalisatie
We gaan nu iets dieper in op de drie universele modelleringsprincipes. Deze drie hebben een bepaalde relatie tot elkaar. Generalisaties worden gevormd op basis van ervaringen. Vervolgens blijven ze bestaan bij de gratie van weglating en vervorming.

Een concreet voorbeeld
Stel dat ik de overtuiging (generalisatie) heb gevormd dat Limburgers gezellige mensen zijn. Ik heb het niet over Alfons of Pierre, ik heb het over ‘Limburgers’, een duidelijke generalisatie dus. Ik gooi Alfons en Pierre en talloze anderen allemaal in één grote bak en die noem ik ‘de Limburgers’. Op die bak plak ik het etiket ‘gezellig’. Duidelijk. Limburgers zijn gezellig. Waar het nu om gaat is: wat doe ik al ik ongezellige Limburgers tegenkom? 

Als ik nu een training aan het geven ben, en ik zie in de verte een Limburger deelnemer, laten we hem Fons noemen, met iemand praten, dan heb ik de neiging om te denken dat hij gezellig zit te praten. Later herinner ik me ook dat hij gezellig zat te praten. Dat is ook belangrijk om te begrijpen: ik herinner me niet dat ik hem alleen maar zag praten en dat ik er toen zelf bij bedacht heb dat het wel gezellig zou zijn. Ik herinner me dat het gezellig was. Zie je wel! Ik wist wel dat Limburgers gezellige mensen waren. Zo versterk ik mijn generalisatie. Zo onderhoudt mijn wereldbeeld zichzelf. Nu weet ik nog zekerder dat Limburgers gezellige mensen zijn. Overigens, deze processen verlopen meestal onbewust.

En stel dat ik diezelfde Fons eenzaam en chagrijnig in een hoekje zie zitten? Nu neem ik dus 'met eigen ogen' iets waar dat niet past in mijn wereldmodel. Over het algemeen hebben mensen daar een hekel aan. Ze houden het liever eenduidig. Ze houden van consistentie. Dus wat doe ik met die chagrijnige Limburger? Ik kan het hele voorval weglaten, dan vergeet ik het gewoon. Heb jij Fons vandaag nog gezien? Nee, hoezo? Of ik vervorm het: ik zie ondanks zijn van wanhoop vertrokken gelaat toch ergens een gezellige Limburgse twinkel in zijn ogen...

Of ik geef de feiten een andere betekenis. Dat is ook een soort vervorming. Ik bedenk een verklaring voor het on-Limburgse gedrag van Fons. Misschien is hij ziek. Dat zal het zijn. Hij is best gezellig, maar nu is hij ziek en daarom is die gezelligheid, die alle Limburgers van nature zo sterk hebben, nu even niet zichtbaar. Wacht maar, vanavond als we aan de bar zitten…

En als Fons zich nu jaar in jaar uit als een norse, contactgestoorde mensenhater ontpopt? Dan kom ik misschien tot de conclusie dat Fons geen échte Limburger kan zijn. Hij woont al te lang is het Noorden. Of misschien was zijn familie altijd al import in Limburg. Hij is in feite net zo min een echte Limburger als een Bavaria malt een echt glas bier is. Vandaar natuurlijk dat hij ook helemaal niet gezellig is...

Vervorming
De Poolse filosoof en wetenschapper Alfred Korzybski stelt dat veel menselijk lijden voortkomt uit het feit dat we onze talige weergaven van de werkelijkheid verwarren met de werkelijkheid zelf. We denken dat ons wereldbeeld de wereld zelf is. We verwarren onze conclusies met de feiten.


Koekjes
Ter illustratie: op een gegeven moment staat Korzybski college te geven, als hij  de les onderbreekt om een in wit papier verpakte rol koekjes uit zijn tas te halen. Hij mompelt dat hij even iets moet eten, stopt een koekje in zijn mond en vraagt de studenten op de eerste rijen of ze ook een koekje lusten.

Een paar studenten nemen een koekje. ‘Lekker, niet?’, vraagt Korzybski, terwijl hij een tweede koekje neemt. De studenten zitten ijverig mee te kauwen. Dan scheurt Korzybski het witte papier van de rol koekjes af en komt de originele verpakking tevoorschijn. Er staat een grote hondenkop op en het woord ‘Dog Cookies’ (hondenkoekjes).

De studenten zitten er verschrikt naar te staren. Enkelen van hen beginnen te kokhalzen, slaan hun hand voor hun mond en rennen de collegezaal uit. ‘Kijk, dames en heren’, zegt Korzybski, ‘hiermee heb ik aangetoond dat mensen niet alleen voedsel eten, maar ook woorden en dat de smaak van het eerste vaak wordt overstemd door die van de laatste.’ (Diekstra 1993).

Het was Korzybski die de typische NLP-ideeën over de relatie tussen zenuwstelsel, waarneming, taal en werkelijkheid al in de jaren dertig verwoordde. We hadden het hier in de vorige les ook al over. We kunnen Korzybski's kennisleer als volgt samenvatten:

1. De wereld
Er is een wereld buiten ons. De werkelijke eigenschappen van die wereld zullen we nooit kennen, want de wereld komt op zijn best als een vervormde weergave bij ons binnen.

2. Effecten in ons lichaam
Gebeurtenissen in de wereld brengen biochemische en bio-elektrische effecten teweeg in ons lichaam. Dat is niveau 2 in het neuro-linguïstisch model van Korzybski. We zijn ons van deze effecten niet bewust.

3. Zintuiglijke indrukken
Ons zenuwstelsel organiseert de effecten die de wereld op ons heeft vervolgens tot zintuiglijke indrukken. Let wel: zelfs onze onmiddellijke zintuiglijke indrukken zijn dus al geen natuurgetrouwe afspiegeling meer van de wereld, maar een product van ons zenuwstelsel.

4. Wereldmodel
We organiseren vervolgens onze zintuiglijke indrukken met behulp van de taal. Aan wat we ervaren geven we via de taal een betekenis, die in overeenstemming is met wat we al wisten. Er is volgens Korzybski dus een wisselwerking tussen ons zenuwstelsel en ons taalgebruik. Hier treden weer nieuwe vervormingen op, die we te danken hebben aan de aard van de taal. De taal geeft de werkelijkheid stap voor stap (lineair) weer. Eerst gebeurt A, dan gebeurt B en dan C. Ook als er in ‘werkelijkheid’ tien dingen tegelijk gebeuren, zouden ze, eenmaal in taal omgezet, toch weer als achtereenvolgende gebeurtenissen beschreven worden.

Niveauverwarring
Korzybski vat zijn visie samen met de slogan: De kaart is niet het gebied. Deze vooronderstelling van NLP is  rechtsreeks ontleend aan Korzybski.

“Helaas negeert het mensdom in zijn algemeenheid, de meeste wetenschappers inbegrepen, de eerste drie niveaus en reageert men alsof men zich er niet van bewust is dat niveau 4 (ons wereldbeeld) niet hetzelfde is als niveau 1 (de wereld). Een dergelijke veronachtzaming leidt tot misverstanden, verhitte òf-òf-debatten, vijandigheden, vooroordelen, bitterheid, enzovoort.”

Korzybski (1952)

Tweesnijdend zwaard
Zonder generalisaties zouden we verlamd zijn. We zouden iedere dag opnieuw moeten ontdekken dat het niet gunstig is om onder vrachtwagens te lopen of om chloor te drinken. We zouden vóór de koffie al dood zijn.

Generalisaties zijn van levensbelang. Maar het zijn ook per definitie leugens. Vrijwel iedere generalisatie is in bepaalde situaties onjuist. Een generalisatie is een tweesnijdend zwaard: hij schept mogelijkheden, maar sluit ook keuzemogelijkheden af. Er zijn altijd uitzonderingen. Ons wereldbeeld geeft ons kracht, maar het beperkt ons ook.

Leave a comment

Comment as a guest:

Name * E-Mail *
Website
Powered by Thrive Apprentice
Pen