Het metamodel, wat is het?
Text

Halve vergelijking

Lesson 9

We kijken in deze les naar de halve vergelijking. Dit is weer een pure vorm van weglating, en in dit geval is het een hele specifiek vorm. Als iemand zegt dat iets beter of slechter is, groter of kleiner, harder of zachter, authentieker of valser, dan gebruikt hij een vergelijking. Maar vaak geeft hij in zijn uitspraak alleen de ene helft van de vergelijking. Jij voelt aan dat er ook en andere helft is: er iets waarmee hij het vergelijkt.

Patroon: ‘X is [halve vergelijking]‘. > Vraag : ‘[halve vergelijking] dan wat?

Patroon: “Je kunt beter duidelijk zeggen wat je denkt.”
Vraag: “Beter dan wat?
Of:
In vergelijking met wat?

Wat gebeurt er al je deze vraag stelt? Eigenlijk wat er steeds gebeurt als je metamodelvragen stelt: de informatie wordt completer en de spreker krijgt de kans om nieuwe keuzen te maken.
In dit voorbeeld kan het zo lopen:


  • ‘Je kunt beter duidelijk zeggen wat je denkt.’
  • ‘Wat bedoel je precies met ‘duidelijk zeggen wat je denkt?’
  • ‘Dat je haar ter verantwoording roept en dat je zegt dat je het er niet mee eens bent.’
    • Nu heb je een keuze: ga je in op het vage werkwoord ‘ter verantwoording roepen’ of grijp je terug op de eerste zin, en ga je in op de halve vergelijking. Stel dat je kiest voor de halve vergelijking.
  • ‘Je zegt het is beter om te zeggen wat ik denk. Beter dan wat?’
  • ‘Nou, beter dan hier de hele dag te gaan zitten mokken.’


En zo kan het gesprek nog wel even door gaan. Wat bedoelt hij precies met ‘gaan zitten mokken’? En zo voort. Maar we weten nu de complete vergelijking. De spreker ziet twee keuzen: ‘Duidelijk zeggen wat je denkt’ en ‘De hele daag gaan zitten mokken’. Als dat inderdaad de enige twee keuzes zijn, dan is het duidelijk waarom hij voor optie nummer 1 kiest. Maar zijn dat wel de enige keuzen? Was jij inderdaad van plan om te gaan zitten mokken? Met deze vraag heb je weer en rijke bron van misverstanden blootgelegd!

De overtreffende trap

Ook de overtreffende trap kan een halve vergelijking zijn. Het allermooiste, het allerhoogste, de absolute top in…., het vreselijkste, het allerergste, het meest lelijke, enzovoort. Of andersom: het minst harde, het minst pakkende, het minst pijnlijke, e.d. Hier praat iemand over een hiërarchie. Dingen staan in een bepaalde volgorde, waarbij een bepaalde eigenschap steeds groter of kleiner wordt. En een van die dingen staat helemaal onderaan of bovenaan in de hiërarchie . Maar wat die hiërarchie is, wordt er niet bij verteld, dat wordt weggelaten. Dus vraag je “Waar vergelijk je dit dan mee?”


Ga nu door met de quiz, daar vind je zeven voorbeelden van dit patroon.

Powered by Thrive Apprentice
Pen