Het metamodel, wat is het?
Text

Eeuwige waarheid

Lesson 19

Wat is het verschil tussen een mening en een feit? Wat is het verschil tussen data en interpretatie? Tussen verschijnsel en betekenis? Daar kun je heel verschillend over denken. In de wetenschapsfilosofie gaat het vaak over dat verschil: wanneer mag ik iets een gegeven noemen, een natuurwet, en wanneer niet?

Laten we er voor deze les van uitgaan dat iets een feit is als je het kunt waarnemen, als je het kunt horen, zien of voelen. En een mening is iets dat je niet zintuiglijk kunt waarnemen. In de vorige les waren we hier eigenlijk ook al mee bezig. Als iemand denkt dat hij weet wat een ander beleeft, wat zijn dan de observaties waar hij dat op baseert? Als je bij ‘gedachtenlezen’ vraagt: ‘Hoe weet je dat?’, dan vraag je naar de feiten waar die mening op gebaseerd is.

Een paar voorbeelden. Dit zijn feiten:

  • Het is vandaag buiten kouder dan gisteren.
  • Evelien is deze week drie keer bij ons op bezoek geweest.
  • Afgelopen zaterdag stond er op de groentemarkt een man met biologische eieren.
  • Jij bent op dit moment les aan het lezen over eeuwige waarheden.
  • Klaas zei tegen mij dat hij geen auto nodig heeft voor zijn werk.

Dit zijn meningen:

  • We gaan een strenge winter tegemoet.
  • Evelien is eenzaam.
  • Het gaat de goede kant uit met onze groentemarkt.
  • Jij vindt het metamodel enorm nuttig en interessant.
  • Klaas gaat voorlopig geen nieuwe auto kopen.

Verre en nabije meningen

Nu kunnen we die meningen nog onderverdelen in ‘nabije’ en ‘verre’ meningen. Wat bedoel ik daarmee? Soms is de afstand tussen de feite en de mening maar klein (dat noem ik ‘nabij’). Soms is er een grote interpretatiesprong gemaakt vanuit de feiten naar de meningen (dat noem ik ‘ver’).

Dit zijn ‘nabije’ meningen:

  • Het wordt een koude dag vandaag.
  • Evelien vindt het prettig om bij ons op bezoek te komen.
  • Wie graag biologische eieren eet, is blij dat ze nu ook op de markt verkrijgbaar zijn.
  • Jij bent geïnteresseerd in het metamodel.
  • Klaas denkt na over waar hij wel en niet een auto voor nodig heeft.

Dit zijn wel meningen, maar ze liggen zo dicht tegen de feiten aan, dat ze bijna even betrouwbaar zijn als feiten. Er is wel interpretatie, dus het zijn wel meningen. Klaas heeft nooit letterlijk gezegd dat hij nadenkt over waar hij wel of niet en auto voor nodig heeft. Maar de interpretatiesprong is zo klein, de mening ligt zo dicht bij de feiten, dat het zeer waarschijnlijk is dat het klopt. Er wordt maar een klein interpretatiesprongetje gemaakt.

Heel anders ligt dat bij de volgende ‘verre’ meningen:

  • Die zogenaamde opwarming van de aarde is onzin.
  • Evelien is een dolende ziel die nergens rust kan vinden.
  • Over en paar jaar heb je op de markt alleen nog maar biologische producten.
  • Jij bent een totaal ander mens geworden sinds je het metamodel hebt geleerd.
  • Het meeste werk gebeurt tegenwoordig thuis.

Hier wordt een enorme interpretatiesprong gemaakt van de feiten naar de meningen. Deze meningen gaan vaak over brede generalisaties zoals ‘de wereld’,  ‘de mensen’,  ‘de toekomst’, ‘het leven’ e.d. Of ze hebben betrekking op een hoog logisch niveau, zoals identiteit. Ze gaan niet over wat iemand doet of kan, maar over wat voor iemand hij is.

Mijn mening is een feit

Waar het nu vooral om gaat, is dat de meeste mensen dit onderscheid tussen feiten en meningen niet maken. Korzybski had het daar ook al over: er zitten meerdere interpretatielagen tussen de wereld zelf en ons beeld van de wereld. Maar de meeste mensen gaan er in de praktijk van uit dat hun wereldbeeld met de wereld samenvalt. Om in Korzybski-termen te spreken: ze gaan er van uit dat hun kaart het gebied 1 op 1 weergeeft. Ze gaan er van uit dat hun meningen feiten zijn. En zo verwoorden ze het ook.


Iemand zegt niet: ‘Als ik voel hoe koud het vandaag buiten is, dan leid ik daar uit af dat het met de opwarming van de aarde wel wat meevalt’. Als hij het zo zou zeggen, dan zouden anderen met andere interpretaties kunnen komen van het feit dat het vandaag koud is. Maar nee, dat zegt hij niet, hij zegt alleen: ‘Die zogenaamde opwarming van de aarde is onzin’. Hij presenteert zijn mening alsof het een feit is.


Waarom doe mensen dat eigenlijk? Ik zou zeggen: omdat dat gewoon het gemakkelijkste is. Het kost energie om je steeds bewust te blijven van het feit dat jouw wereldbeeld een interpretatie is van de feiten – die overigens op zich vaak ook al weer interpretaties  zijn – en dat er vele andere interpretaties van die zelfde feiten mogelijk zijn. Je komt in een soort postmoderne toestand terecht waarin niets meer vastligt en alles ter discussie staat. Het is veel eenvoudiger en eenduidiger om je mening als de waarheid te zien. Dat is ook een van de redenen waarom populistische politiek zo veel aanhangers heeft: de boodschap is eenvoudig en eenduidig. Een progressieve, genuanceerde boodschap is veel ingewikkelder.

Wie vindt dat?

Wat doen we hiermee vanuit het metamodel? Als iemand een mening verwoordt als een feit – en meestal zal dat zo zijn – dan vragen we: Wie vindt dat? Het patroon is eigenlijk heel eenvoudig:

Patroon: ‘[Mening wordt als feit gebracht]‘. > Vraag : ‘Wie vindt dat?’

Patroon: “Evelien is een dolende ziel.”
Vraag: “Wie vindt dat, dat zij en dolende ziel is?”

Of: “Wiens mening is dat, dat zij een dolende ziel is?”

Het effect van deze vraag is, dat de spreker weer verantwoordelijk wordt voor de uitspraak. Daardoor kun je vervolgvragen stellen over waar hij die mening op baseert. Wat ziet of hoort hij Evelien doen, waardoor hij het idee krijgt dat zij een dolende ziel is? En zouden die observaties ook een andere betekenis kunnen hebben?

Hele reeksen meningen

Over het algemeen vertellen mensen er niet bij wiens mening zij verkondigen. Dat zou ook tot een heel omslachtig en onpraktisch soort taalgebruik leiden. Dus meestal hoor je hele reeksen meningen langskomen in een gesprek. Je kunt niet bij al die meningen vragen ‘Wie vindt dat?’ Dus welke meningen kies je dan? Op de eerste plaats meningen die zeer relevant lijken voor het doel waar je op dat moment mee bezig bent. En binnen dat kader: hoe ‘verder’ de mening, d.w.z. hoe groter de interpretatiesprong, des te eerder vraag je na wiens mening het is.

Powered by Thrive Apprentice
Pen