Menu

Casus Janneke Swank: Ik wil een knop in mijn hoofd

Elementen: psycho-educatie over ‘film in je hoofd’; vormvoorwaarden; hoe weet je lijf? vraag L&G eenheid; submodaliteiten; decision destroyer Bandler oefening; communiceren met deel


‘Een knop in mijn hoofd en die dan omzetten, dat zou ik willen. Maar ik heb geen knop, dus het blijft me maar bezighouden en ik krijg het gevoel dat ik een hopeloos geval ben.’
Het is nogal wat, dacht ik, hopeloosheid op identiteitsniveau, dat zal een heftige ervaring geweest zijn. ‘Nou, het kon erger,’ zei Emily, ‘er is niet echt iets gebeurd, maar het vertrouwen is weg, ik kan hem niet meer vertrouwen en dat vind ik vreselijk.’
Omdat ik geen gedachten kan lezen vroeg ik wat er dan precies gebeurd was. ‘Nou, hij heeft een paar keer een gezellig avondje gehad met een studente van hem en daar wist ik niks van en later kwam het uit en hij heeft het toegegeven, maar er is niks gebeurd.’
Ik kon niet nalaten om te vragen wat er dan niet gebeurd was? ‘Seks,’ zei ze, ‘ze hebben geen seks gehad.’
Dat woordje ‘niet’ of ‘geen’ is toch steeds weer bijzonder, want op het moment dat ze dat zei zag ik toch echt wat er niet gebeurd was.

Het probleem van Emily was dus die film met in de hoofdrol haar man die met een andere vrouw uit was, maar geen seks had. Het is wel eens nuttig om mensen uit te leggen hoe we denken. Wat we denken weten we en dat kunnen we elkaar vertellen, maar het hoe is vooral bekend bij NLP-ers. Ik vroeg haar of ze het met me eens was dat ze die film in haar hoofd zelf gemaakt had? ‘Nee’, zei ze, ‘dat heeft hij gedaan.’ ‘O, dus hij heeft in jouw hoofd een film gemaakt’ zei ik zachtjes en langzaam alsof het me stof tot diep nadenken gaf.
‘Nou, ja, nee, ik zelf heb die film gemaakt, maar hij is de oorzaak.’
‘Ja, natuurlijk,’ zei ik, ‘hij is de oorzaak van jouw film en die film zit in jouw hoofd en jij wil een knop omdraaien en die is er niet.’
‘Klopt,’ zei ze, ‘die zou ik willen hebben, een knop en dan hup, weg, uit.’
‘En dan ?’ vroeg ik. ‘Dan kan ik hem weer vertrouwen.’ ‘Ja, natuurlijk, dan kun je weer vertrouwen hebben in hem, nu nog niet?’
‘Nee, want wie zegt me dat hij dit nooit meer doet?’
‘Dat kan niemand je vertellen, maar …..als je weer vertrouwen hebt, wie zegt dan dat hij het dan nooit meer doet?’
‘Nee, nou ja, goh, ja, nu weet ik het ook niet meer.’
‘Wil je je dan zo blijven voelen?’
‘Nee, alsjeblieft niet, dat wil ik niet.’
‘Dus, wat wil je dan wel?’
‘Tja, toch wel, toch wil ik hem weer kunnen vertrouwen.’
Het was tijd voor de vormvoorwaarden en daarna de voor de hand liggende vraag naar de hindernis, want dat was ‘die film.’

En toen wilde ik eerst nog wat verder met de psycho-educatie of zoals Lucas Derks het zegt: ‘je moet het een beetje verkopen.’ Ik vroeg haar: ‘stel, dat het nooit was gebeurd, maar je zou er wel bang voor geweest zijn, wat voor film had je dan gehad?’
‘Weet ik niet, een andere, denk ik.’
Geen goede vraag, een zijpaadje: ‘Heb je wel eens parachute gesprongen?’ Dat was niet het geval. ‘En hoe het zou zijn?’
‘Eng, heel eng,’ zei ze en ze kreeg bij de gedachte alleen al de kriebels.
‘Hoe weet je lijf dat het kriebels moet maken?’ (Dit vind ik steeds weer een mooie vraag).
‘Omdat ik er aan denk.’
‘Hoe weet je dat je er aan denkt?’
‘Omdat ik het voor me zie, een soort film, o, ja, natuurlijk, zo gaat dat.’ En ik vroeg of ze zichzelf zag springen en hoe ver ze van de film af zat en waar ze de film zag, kortom een aantal submodaliteiten.
Het was tijd voor het ‘hoe’ van de film van het gezellige avondje. Ze kon me duidelijk vertellen wat de submodaliteiten waren en ik ging er een beetje mee ‘spelen’, zodat ze ook ervoer dat het gevoel veranderde als sommige submodaliteiten veranderen.
Ik zei dat ze niet één knop had, maar een hele serie en dat ze die zelf kon bedienen zoals ze dat zelf het beste vond.
Ze zou er thuis mee oefenen.

Een week later kon ze me vertellen dat ze de beelden kon veranderen, maar ze bleven niet staan, ze kwamen weer terug op de oude plek.
Eerst maar even de positieve intentie te voorschijn halen. Tijd om te werken met delen. ‘Man in de gaten houden’, was het eerste antwoord. Zodat:  ‘het niet meer gebeurde’, zodat: ‘ze niet meer zo van slag zou zijn.’ Ze voelde hoe goed het was om beschermd te zijn tegen shit. Maar helaas, ‘shit happens’ en om die op te ruimen moeten we het toch eerst ruiken, zien en voelen.
Weer vroeg ze: ‘wie garandeert me dat het nooit meer gebeurt?’
‘Niemand’, zei ik,  ‘maar, wie garandeert je dat het nooit meer gebeurt ondanks dat je hem goed in de gaten houdt, of misschien juist wel omdat je hem zo blijft wantrouwen?‘
‘Dat is waar,’ zei ze, ‘dat zei hij ook en ja, hij heeft het eerlijk verteld wat er gebeurd is.’
Dus nu had ze een keuze en ik vroeg weer of ze koos voor vertrouwen hebben. Dat was het geval.
‘En je vertrouwt hem niet omdat hij een paar keer is uit geweest met een andere vrouw waarbij het alleen maar heel gezellig was en hij bleef je toch trouw en vertelde alles eerlijk?’
‘Ja, zo kun je het ook zeggen, maar ik denk dat hij niet meer helemaal te vertrouwen is.’
‘Ik weet dat je dat denkt en ik heb je horen zeggen dat je dit wilt veranderen, toch?’
‘Ja, zo wil ik het niet meer.’
‘En je weet dat het een film is in je hoofd en dat die film anders is dan de werkelijkheid, want je was er niet echt bij, toch?’
‘Klopt.’
‘Dus,‘ zei ik wat langzamer, ‘als het toch de werkelijkheid niet is mogen we dan die film veranderen in een betere?’
‘Ja, als dat kan, ja, graag.’

Nu had ik een keuze. Het traumaproces? Want je zou het toch een trauma kunnen noemen. De overtuiging veranderen? Hoe? Reïmprint? Dat vind ik meer voor overtuigingen veranderen die op jonge leeftijd zijn ontstaan. Hoefijzer? Zou kunnen, vooral omdat ze begreep wat submodaliteiten zijn. CPH? Zou ook kunnen.
Direct de submodaliteiten veranderen is niet genoeg, ze ‘sprongen’ weer terug. Alle interventies zorgen  er indirect voor dat de submodaliteiten veranderen, maar welke interventie met submodaliteiten verandert direct de overtuiging? Een oude Bandler: ‘de decision destroyer.’

De eerste stap is het zoeken naar een positieve ervaring, die een keerpunt in je leven is (een positieve imprint). Voor Emily was dit de zwangerschap. Ze hadden bijna de moed opgegeven toen ze toch zwanger bleek te zijn. ‘Ik kan wel moeder worden!’ Hiervan brachten we de submodaliteiten in kaart.
Dan even een breakstate en vervolgens de vraag: ‘wat zou er vóór die nare ervaring gebeurd moeten zijn, zodat je er totaal anders op had gereageerd?’ Ik noem dit de hulpfilm. Dit vraagt altijd wat uitleg met andere voorbeelden en uiteindelijk zei Emily: ‘als hij tegen me gezegd had, dat hij wel eens zin heeft om uit te gaan met een andere vrouw, alleen maar uitgaan, niks bijzonders, maar altijd terug zal komen, omdat hij alleen maar echt van mij houdt.’ Ze moest even huilen en ik vroeg wat het was dat de tranen liet komen? Hij had al heel vaak gezegd dat hij alleen maar van haar echt hield. ‘Geloof je hem?’
‘Ja,’ zei ze en ze knikte met een snik en een zucht.
Ik vroeg haar op een andere plek te komen staan en precies te vertellen hoe en waar hij dat zou zeggen. Weer gingen we na hoe (dus met welke submodaliteiten) ze dit zag en hoorde en voelde.
Dan is de volgende stap het veranderen van deze submodaliteiten in die van de positieve imprintervaring (de zwangerschap). De hulpfilm was klaar.
En nu kon het veranderingswerk echt beginnen. Een tijdlijn neerleggen, bepalen waar heden, verleden en toekomst zijn, bepalen waar de nare gebeurtenis komt te liggen en dan weer de ‘hulpfilm’ oproepen (met de veranderde submodaliteiten). Vervolgens op de plek vóór de nare ervaring op de tijdlijn gaan staan met de hulpfilm, deze stevig oproepen en dan naar voren lopen, door de nare ervaring heen om na te gaan hoe deze nu verandert en welke conclusie er nu getrokken kan worden. Ze deed het heel rustig en zorgvuldig en toen zei ze: ‘ik ben zijn vrouw en hij houdt van mij en zo is het.’ Met dit gevoel doorlopen tot het heden. Nog eens nagaan of deze conclusie ‘houdt’ en dan gedissocieerd naar de toekomst kijken en geassocieerd de toekomst in lopen om na te gaan wat de voordelen en nadelen zijn (geen nadelen) en welke eigenschappen dit mogelijk maken (vergevingsgezind, begripvol en liefde voor hem).
Het effect? ‘Tja,’ zei ze, ik weet dat het gebeurd is en ik weet dat er een kans is dat het nog eens gebeurt, maar ik ben zijn vrouw zolang hij van mij houdt en dat is nu zo en dat geloof ik.’ Pfffffff, kwam er nog achteraan. ‘Het is geen knop die omgedraaid is maar een zware hendel.
‘Hoe stevig is het dan veranderd?’ ‘Ja,’ zei ze, ‘dat kun je wel zeggen, voelt heel goed.’

Wie kent die oude Bandler nog?

About the Author Janneke Swank

Janneke overleed op 7 november 2017. --- Met haar verloren wij een bevlogen NLP-collega en vriendin. --- Zij paste NLP toe in haar coachingspraktijk, op een zuivere, betrokken wijze. Ze was tot 1984 werkzaam als fysiotherapeut. Haar interesse ging toen al meer en meer uit naar de ‘mens achter de klacht’. --- Opleidingen: psychosomatsische fysiotherapie, NLP-practitioner en -master bij het IEP, certificaat NLP-trainer, certificaat Health Practitioner NLP en Destination therapist. ---Voerde jarenlang praktijk onder de naam ‘Mind the Body’ waar patiënten met psychosomatische klachten dankbaar gebruik van maakten. --- Gaf trainingen NLP bij het IEP en aan collega-therapeuten en bij de SETH.

Leave a Comment: