Menu

Casus Janneke Swank: Eén cliënt heb ik nog en dat ben ik zelf.

Elementen: NLP toepassen op zelf; conflict integratie; een vrouw die toepast wat ze predikt.


Daar zat ik dan, wip-wappend tussen hoop en vrees, positieve en negatieve gedachten en telkens weer de stem van de specialist in mijn hoofd, die na de gastroscopie zei dat ik er rekening mee moest houden dat het ernstig was. Toen ze me dat vertelde voelde ik hoe ik in ‘derde positie’ ging en hoe me dat hielp om rustig te blijven.

‘Rekening houden met’, hoe doe je dat en wat wordt er mee bedoeld? Dat er een kleine, een middelgrote of een grote kans is op ‘het ernstige’? Dit gepieker maakte me nog meer gespannen en ‘dat wil ik niet’ hoorde ik mezelf denken en als rechtgeaarde NLP-er kwam meteen de vraag op: ‘Wat wil ik dan wel?’ ‘Innerlijke rust’ kwam meteen boven als antwoord.  En hoe ik zou weten dat ik innerlijke rust had?  Dan zou mijn adem laag zijn en mijn schouders ontspannen en in mijn hoofd zou ik ruimte hebben voor het hier en nu.
En wat me tegenhield? Die Wip-Wap. Dus wat was er nodig? Het lag voor de hand: een conflictintegratie.

Kan dat? NLP-en met jezelf? O, ja, we kregen destijds, in 1995 in de practitionersopleiding al opdrachten om bepaalde technieken zelf te doen om er achter te komen of alle stappen van een proces al ‘in je lijf’ zitten, ‘ingelijfd’ zijn.  Dus ik ging er voor zitten.
Wat was het conflict? Aan de ene kant: ik ga dood. Aan de andere kant: ik word weer helemaal beter.
Ik nam de tijd om me te ontspannen en toen ging het bijna vanzelf.
‘Waar zit het deel dat gaat voor genezing?’  Dat was op de plek van de zonnevlecht. Ik nodigde het deel vriendelijk uit om via mijn rechterschouder naar mijn rechterhand te gaan en een symbool te worden. Meteen kwam het beeld van een fakkel. Ik bedankte het deel en vroeg wat het me wilde geven. Al bij het begin van de vraag kwam het antwoord boven: genezing.
Leek me logisch en het voelde als volkomen waar.  Ik bedankte de fakkel en vroeg of hij even wilde wachten.
Ik ging met mijn aandacht weer naar binnen op zoek naar het deel dat me liet denken dat ik dood zou gaan. Dat zat in mijn maag. Tja, vond ik logisch, want daar zat ‘het ernstige’. Ik vroeg dit deel om naar mijn linkerschouder te komen en naar mijn linkerhand te gaan en een symbool te worden. Dat liet op zich wachten.  Ik voelde dat het nodig was om het deel te verzekeren dat ik geen kwaad in de zin had en begreep dat het een positieve intentie had voor mij. Dat hielp. Het deel verhuisde naar mijn linkerhand en werd een lege doos, zoals een verhuisdoos eruit ziet.
‘Een lege doos?’ dacht ik. Ik bedankte dit deel dat het zich liet zien en vroeg wat het me wilde geven. ‘Vernieuwing’ kwam in me op. ‘Vernieuwing?’ vroeg ik, ‘wat bedoel je met vernieuwen?’ ‘Alles wat je niet meer wilt of wat niet goed voor je is, wegdoen.’
Het ontroerde me onverwacht. Ik bedankte de doos en vroeg of hij bereid was samen te gaan werken met de fakkel. Het antwoord was: ‘nee’.  Ik vroeg wat hem tegenhield. ‘Dan verbrand ik’, was de reactie. Daar zat wat in.
Ik vroeg aan de doos om even te wachten en ging met mijn aandacht naar de fakkel. ‘Dank voor het wachten’, zei ik, ‘ik heb nog een vraag voor je: ‘wil je samenwerken met de doos?’ Het antwoord was ja. Ik zei toen dat de doos bang was dat de fakkel hem zou verbranden en vroeg of die angst terecht was. ‘Nee,’ was het antwoord, ‘want als we gaan samenwerken, ontstaan er uit ons allebei iets nieuws.’ Dat legde ik uit aan de doos. Toen was het goed.

Ik vroeg ze nog eens of ze wilden samenwerken en dat te laten zien door een compleet nieuw symbool te maken, iets dat geen fakkel en geen doos meer is. Het was goed.
Ik tilde mijn handen op en draaide ze naar elkaar toe en liet ze op hun eigen tempo bij elkaar komen. In gedachten zag ik hoe de doos en de fakkel moleculen en atomen werden en hoe er ineens een nieuw symbool ontstond: een fontein van sterren. Zoals vuurwerk bij oud-en-nieuw. Ik vond het heel toepasselijk en het ontroerde me weer. Ik bedankte de sterren en vroeg wat ze me wilden geven. Toen kwamen de woorden: ‘heel al’, twee woorden, die ook te horen zijn als één woord. Jaren geleden bij een ander proces waren die ook al boven gekomen.
Er liepen twee tranen over mijn wangen, zo goed voelde het.
Ik bedankte de sterren en ging met mijn aandacht naar binnen om de vraag te stellen of er een deel was dat bezwaar had tegen het inlijven van de sterren. Geen bezwaar. Mijn handen gingen naar mijn hart en ik liet de sterren integreren in alle cellen van mijn lichaam.
En toen? Toen was er ineens die innerlijke rust. Ik zuchtte, voelde dat mijn adem laag was en er was ruimte in mijn hoofd en mijn schouders waren ontspannen. Het was goed. Wonderlijk goed.

Een paar weken later, na nog twee gastroscopieën hoorde ik dat ik inderdaad maagkanker heb en toch, ondanks die schokkende diagnose blijft er diep van binnen die rust met de woorden: heel al.

Ik heb mijn praktijk even moeten sluiten en geef ook geen trainingen meer, want ik wil al mijn energie geven aan die ene cliënt die ik nog heb: mezelf. En ik geloof in NLP, dus een betere cliënt is er niet en zeker nu is NLP voor mij heel waardevol, onmisbaar.

Doe het ook eens: NLP met jezelf, zo krijg je het echt in je lijf, ingelijfd.

About the Author Janneke Swank

Janneke overleed op 7 november 2017. --- Met haar verloren wij een bevlogen NLP-collega en vriendin. --- Zij paste NLP toe in haar coachingspraktijk, op een zuivere, betrokken wijze. Ze was tot 1984 werkzaam als fysiotherapeut. Haar interesse ging toen al meer en meer uit naar de ‘mens achter de klacht’. --- Opleidingen: psychosomatsische fysiotherapie, NLP-practitioner en -master bij het IEP, certificaat NLP-trainer, certificaat Health Practitioner NLP en Destination therapist. ---Voerde jarenlang praktijk onder de naam ‘Mind the Body’ waar patiënten met psychosomatische klachten dankbaar gebruik van maakten. --- Gaf trainingen NLP bij het IEP en aan collega-therapeuten en bij de SETH.

Leave a Comment: